DGMR
DGMR. Meer dan een oplossing

auteur: mevrouw Ir. A.Q. Ubbbels

Een duurzaam gebouw realiseren valt niet mee. In de continue afweging van (milieu)belangen kunnen ambitieuze concepten tijdens de uitvoering alsnog sneuvelen. Om dat risico te minimaliseren biedt de interactieve rubriek Bouwdata praktische, uivoeringsgeorienteerde informatie. Telkens wordt een bouwdeel of materiaal uitgelicht; de gegevens worden geactualiseerd op www. gbw. vwg. net. Daar kunt u ook terecht met vragen en aanvullingen.

Isolatiematerialen

In vrijwel ieder gebouw dat gebouwd wordt, worden isolatiematerialen toegepast met als doel geluid, warmte, koude en/of trillingen te isoleren, waardoor comfort en binnenmilieu worden verbeterd. Dit artikel gaat over warmte/koude isolerende materialen in vloer- wand en dakconstructies. Schuimbeton, stroleem, leidingisolatie en naad- en kierdichting komen een andere keer aan de orde. Isolatiematerialen zijn grofweg onder te verdelen in isolatiematerialen vervaardigd uit herwinbare materialen, restmateriaal, mineralen en chemisch vervaardigde materialen. In het algemeen hebben de isolatiematerialen uit herwinbare materialen de meest gunstige gezondheidsaspecten (zie ook artikel GBW 2000/5). Met betrekking tot milieubelasting spelen verschillende factoren een rol (grondstoffen, aantasting, energie, hinder, afval, verontreiniging) en is niet zo'n duidelijke grens te trekken. Bovendien leveren de 'trias ecologica' en bouwkundige eisen weer een andere voorkeursvolgorde op. In principe zijn alle isolatiematerialen herbruikbaar en/of recyclebaar, mits in de sloopfase een gebouw wordt gedemonteerd en alle afval wordt gescheiden. Het gekozen isolatiemateriaal zal dus afhangen van de prioriteiten die gesteld worden.

stap 1

stap 2

stap 3

voorkom onnodig materiaalgebruik:

  • kies een materiaal dat per m3 zo veel mogelijk energie bespaart
  • gebruik reststoffen

gebruik duurzame, herwinbare materialen

 

 

 

beperk de inzet van niet duurzame materialen: stem de hoeveelheid isolatiemateriaal optimaal af op de gewenste energiebesparing

 

 

Herwinbare materialen

Herwinbare materialen zijn vernieuwbare materialen. Materialen die -met relatief weinig energie- weer aangroeien, zoals plantaardige materialen (hout, vlas, kokos, kurk, hennep en indirect cellulose), schapenwol. Wanneer deze materialen ooit op de stort belanden vormen zijn nauwelijks een belasting voor het milieu, omdat zij doorgaans composteerbaar zijn. Veel van deze producten zijn, ondanks de door het Milieu Beraad Bouw uitgesproken intensie om grootschaliger toepassing van vernieuwbare grondstoffen te willen stimuleren (1993), nog steeds relatief onbekend in de reguliere bouw. Herwinbare materialen hebben de eigenschap dat ze luchtdoorlatend zijn en een vochtregulerende werking hebben, terwijl bij vochtopname de isolatiewaarde nagenoeg hetzelfde blijft. Kenmerkend is ook dat zij relatief weinig bewerking nodig hebben. Afhankelijk van het materiaal worden brandvertragers en schimmel- en ongediertewerende middelen toegevoegd. Werken met herwinbare materialen wordt over het algemeen als zeer prettig ervaren, omdat de materialen niet prikken en geen irritaties aan huid en luchtwegen veroorzaken. Het is aan te raden bij het snijden van houtvezelplaten en zachtboard een stofmasker aan te doen.

Ook schelpen zijn herwinbaar en zijn toepasbaar als bodemafsluiter ter voorkoming van vocht en radongas. Bij toepassing van schelpen hoeft de kruipruimte niet meer te worden geventileerd, waardoor zowel schelpen als stilstaande lucht als isolatielaag voor de begane grondvloer werken. Ook is het mogelijk kruipruimteloos te bouwen. In vergelijking met andere herwinbare materialen veroorzaakt de winning van schelpen aanzienlijke aantasting van het landschap.

! In maart 2001 wordt het V.V.I. opgericht met als doel het bevorderen van duurzaam toepassen van isolatiematerialen uit herwinbare grondstoffen. Hierin zijn leveranciers en producenten vertegenwoordigd als ook TNO en sbr. Postadres: sbr t.a.v. de heer Vingerling of de heer Rip.
! In Duitsland is onderzocht dat de proteine, waaruit schapenwol grotendeels bestaat, schadelijke gassen als formaldehyde, ammoniak en radon bindt. Momenteel wordt ook in Nederland (TNO) een vergelijkbaar onderzoek opgestart.
! Katoenplaten zijn in Nederland niet meer verkrijgbaar. Bij de (doorgaans niet ecologische) teelt van katoen worden zeer veel bestrijdingsmiddelen gebruikt.
! Om vlasisolatiedeken stevigheid te geven wordt een klein hoeveelheid polyester toegevoegd. Momenteel wordt gezocht naar een natuurlijke variant. In Duitsland is een fabrikant die de polyester heeft vervangen door zetmeel.

Reststoffen

Door reststoffen als basismateriaal voor isolatie te gebruiken wordt enerzijds een hoop afval, anderzijds een hoop nieuw materiaal bespaard. In deze cathegorie vallen cellulose-isolatie (oud papier met toevoeging van boorzuur en borax), houtvezelplaten, zachtboard (restafval hout) en glaswol (70% glasafval). Ook foamglas (cellulair glas) wordt voor 50% gemaakt glasafval.

Mineralen

Onder minerale wol wordt zowel steen- als glaswol verstaan. Minerale wol is onbrandbaar, heeft geen vochtregulerende werking, maar is wel damp-open. Daarom zal bij toepassing in een dampdichte buitenconstructie aan de binnenzijde van de isolatielaag een damprem moeten worden aangebracht. Steenwol wordt o.a. gemaakt van kalksteen dolomiet en diabaas, allen steensoorten. Bij winning hiervan wordt het ecosysteem sterk aangetast. Glaswol wordt grotendeels van glasafval gemaakt. Werken met steen- en glaswol kan huid-, oog-, en slijmvliesirritaties veroorzaken. Draag dus altijd beschermende kleding en een stofmasker. In Nederland worden minerale vezels van steen- en glaswol niet als kankerverwekkend gezien; het Duitse Ministerie van volksgezondheid en milieu doet dat wel. Foamglas bestaat uit cellulair glas en is onbrandbaar. Het is damp- en rookdicht en neemt geen vocht op. Ook is de druksterkte hoog. Bij het zagen van foamglas komen geen vezels vrij zoals bij glas- en steenwol.

Perlietplaat bestaat voor ca. 70% uit perliet, een vulkanisch gesteente. Overige stoffen zijn: cellulose, glasvezels en bitumen. Perlietplaat kan in beperkte mate vocht opnemen.

Chemisch vervaardigd

De grondstof voor kunststof isolatie als PS, PUR en PIR is hoofdzakelijk aardolie. Deze bron is uitputtelijk en bij winning wordt het ecosysteem aangetast. Bij geblazen isolatie worden tegenwoordig geen HCFK's meer gebruikt. PUR wordt doorgaans met pentaan geblazen, PS met CO2. Tijdens de productie is de hinder door stank aanzienlijk. Kunststof isolatiematerialen zijn biologisch nauwelijks afbreekbaar. PS kan worden hergebruikt, bij PUR is recycling moeilijk door het grote aantal verschillende PUR-soorten, die onderling vrijwel niet van elkaar zijn te onderscheiden.

Ook bij polyester-aluminiumkussens is aardolie de belangrijkste grondstof. Het grote verschil met bovengenoemde materialen is dat er zeer weinig materiaal nodig is om het gewenste isolatieniveau te bereiken. De isolatie bestaat uit met lucht gevulde zeer dunne reflecterende kunststof kussens. Door het kleine volume wordt energieverlies t.g.v. transport beperkt (een isolatiepakket voor een complete woning kan als postpakketje worden verstuurd) en kan het eenvoudig in bijvoorbeeld een veelal lage kruipruimte worden aangebracht. Bij het (boven je hoofd) aanbrengen komt geen stof vrij en de kussens zakken pas uit als het materiaal is bevestigd, waardoor de ruimte zo lang mogelijk 'ruim' blijft.

Uitvoeringsaspecten

  • bij het isoleren van een gebouw is het van groot belang dat in de isolerende laag geen kieren zitten. Zoek dus per toepassing naar de meest geschikte vorm: harde platen zijn bijvoorbeeld geschikt voor toepassing in een dakconstructie, terwijl dekens zich juist weer goed lenen voor paneelvulling. Cellulosevlokken worden ingeblazen en zijn zodoende zeer geschikt voor ongelijkmatige vormen;
  • bij toepassing van harde platen in spouwmuren moet de ondergrond (buitenkant binnenspouwblad) goed vlak zijn: door speciebaarden/-klodders bijvoorbeeld kan bij toepassing van harde isolatieplaten een tweede luchtspouw ontstaan, waardoor interne convectie plaatsvindt. De lucht in de tweede spouw wordt opgewarmd door het warme binnenspouwblad. Via de naden van de platen treedt koude lucht uit de reguliere spouw toe, waardoor de isolatiewaarde vermindert;
  • via infraroodopnames kan naderhand worden gecontroleerd of isolatiematerialen 'netjes', zonder naden en kieren, zijn aangebracht;
  • wanneer (in een damp-open constructie) een vochtregulerende isolatiemateriaal wordt gekozen hoeft geen damprem aan de binnenzijde te worden toegepast. Wel moet dan m.b.v. een berekening worden aangetoond dat in de constructie zelf geen condens optreedt;
  • restafval van minerale wol wordt verzameld in zogenaamde 'big bags', op te vragen bij de leverancier. Deze resten worden weer voor de productie van nieuw materiaal gebruikt;
  • voor verschillende isolatiemaatregelen bestaan subsidiemaatregelen; informeer hiervoor bij gemeente en/of energiebedrijf.

Praktijkervaring

Bij het kantoorgebouw van Rijkswaterstaat in Terneuzen is de keuze voor duurzame bouwmaterialen heel consequent gehanteerd: in de gevels zijn cellulose-isolatieplaten toegepast en op het dak beloopbare houtvezelisolatieplaten (beide van Homatherm). Bij scholencomplex Rijkerswoerd is steenwol gebruikt als isolatiemateriaal. Tijdens de bouw stond een zogenaamde big bag, waarin alle resten steenwol verzameld werden om uiteindelijk weer terug te gaan naar de leverancier.

Verkrijgbaarheid en kosten

De kosten van verschillende isolatiematerialen lopen sterk uiteen. Het nadeel van isolatiemateriaal is dat het niet meer te zien is wanneer en gebouw gereed is. Het is dus geen materiaal waar je 'goede sier' mee kunt maken. Toch is het belangrijk een goede afweging te maken van eigenschappen die je belangrijk vindt. De kosten van isolatiemateriaal op gebouwniveau zijn namelijk zeer klein t.o.v. de totale bouwsom (een rijtjeshuis heeft circa 200 m2 isolatiemateriaal nodig, dus reken maar uit)

De hierna genoemde isolatiematerialen zijn in verschillende diktes verkrijgbaar. In de tabel zijn de diktes opgenomen die een R-waarde (rekenwaarde) van ongeveer 3 m2K/W kunnen realiseren met bijbehorende prijsindicatie (exclusief BTW, eventuele subsidies en kosten voor afwijkende maten, afschotplaten, kantstroken etc.). Voor de -in de reguliere bouw- minder bekende isolatieproducten zijn zoveel mogelijk gegevens in de tabel opgenomen. Voor gegevens over de bekendere producten, zoals glas- en steenwol, (X/E)PS en PUR, zijn slechts enkele leveranciers benaderd. Verondersteld wordt dat het prijspeil bij verschillende leveranciers onderling niet veel zal verschillen.

V: b.g.g.vloerisolatie; D: beloopbaar dakisolatie; S: spouwmuurisolatie; P: paneelvulling(dak/vloer/wand);
K: kelderwandisolatie BMH: verkrijgbaar via de reguliere bouwmaterialenhandel #) inclusief aanbrengen