Externe veiligheid van stuwadoors
Voor de aanvraag van een milieuvergunning dient een bedrijf ook de externe veiligheid van zijn activiteiten te beschrijven, indien relevant. Dit onderdeel van de vergunningaanvraag beschrijft de kansen dat een ongeval kan optreden en de mogelijke effecten van zo'n ongeval naar de omgeving. Het gaat daarbij o.a. om brand, explosie, giftige gaswolken of een mogelijke giftige lozing in water en bodem. DGMR kan hiertoe adviezen geven, risico-berekeningen uitvoeren en het veiligheidsrapport verzorgen voor de vergunningaanvraag.
Vanuit de Europese Unie, maar ook vanwege de Nederlandse publieke opinie (vuurwerkramp Enschede, nieuwjaarsramp Volendam), zijn er veel ontwikkelingen in de wet- en regelgeving rondom de externe veiligheid, wat leidt tot strengere controles en handhaving. Onder andere in de Rotterdamse haven is dit vooral aan de orde bij op- en overslagbedrijven waar gewerkt wordt met zeecontainers die gevaarlijke stoffen bevatten.
Voor dit type bedrijven is de Nederlandse wet- en regelgeving in ontwikkeling in de vorm van een AMvB 'Vervoersinrichtingen'. Samen met de grotere stuwadoors in het Rijnmondgebied heeft DGMR een Plan van Aanpak opgesteld om de externe veiligheid voor stuwadoors vorm te geven. Het betreft hier vooral het implementeren van de veiligheidsregels in een bedrijfsorganisatie, zoals een veiligheidsbeheerssysteem voor technische en organisatorische maatregelen. Hierbij wordt ook overleg gevoerd met het ministerie van VROM en de DCMR Milieudienst Rijnmond om te anticiperen op de ontwikkelingen in de wetgeving en het locale beleid.
