Introductie
GreenCalc+ is een softwarepakket dat DGMR in opdracht van de stichting Sureac heeft ontwikkeld. In de Stichting Sureac participeren de Rijksgebouwendienst, Nuon, NIBE en DGMR. Het rekenmodel geeft inzicht in diverse aspecten van de milieubelasting van een bouwproject voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.
Woningbouw, utiliteitsbouw en wijken
GreenCalc+ is de opvolger van het in 1997 geïntroduceerde programma GreenCalc. Het programma heeft een grondige herziening ondergaan. Zo is het nu mogelijk om niet alleen kantoorgebouwen, maar ook woningen, scholen, gezondheidscentra, winkels en zelfs hele wijken te beschouwen.
Materialen, energie, water en mobiliteit: samen in de milieu-index
In de GreenCalc+methodiek worden gebouwen en wijken beoordeeld op vier duurzaamheidsaspecten: materiaalgebruik, energiegebruik, watergebruik en mobiliteit. Van ieder aspect wordt de milieuschade die het gebouw gedurende zijn levensduur veroorzaakt berekend met behulp van een levenscyclusmethode (LCA). Dit resulteert in de milieubelasting per aspect. Deze milieubelastingen kunnen opgeteld worden tot de totale milieubelasting van het gebouw.
Vervolgens wordt de totale milieubelasting van het gebouw vergeleken met die van een referentiegebouw. In het referentiegebouw wordt uitgegaan van materialen en installaties die gangbaar waren in 1990. Deze vergelijking leidt tot de milieu-index.
Een huidig duurzaam gebouw heeft een milieu-index die ligt tussen 150 en 300, een gebouw uit 1990 heeft een milieu-index van 100. Hoe hoger de index, hoe duurzamer het gebouw.
De milieu-index kan gebruikt worden om de milieuambitie van een project in één getal vast te leggen als onderdeel van het Programma van Eisen. Hierdoor heeft een architect ontwerpvrijheid in de keuze van de maatregelen.
Tijdens het ontwerptraject en de bouw kan vervolgens bij iedere ontwerpkeuze bekeken worden of nog voldaan wordt aan de vooraf gestelde milieuambitie.
Daarnaast is het mogelijk om tijdens het ontwerpproces verschillende varianten van één gebouw met elkaar te vergelijken. Op deze manier kan GreenCalc+ het afwegen van maatregelen ondersteunen. Het wordt duidelijk welke maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen het meeste effect hebben op de duurzaamheid van het gebouw. Het gaat dus niet meer om het aantal maatregelen dat getroffen wordt, maar om de effectiviteit ervan.
Presentatie van de resultaten
Naast de milieu-index voor het gehele gebouw kunnen de resultaten ook per deelaspect bekeken worden, zodat duidelijk wordt hoe het gebouw scoort op materiaalgebruik of energie. Verder worden de milieueffecten expliciet berekend zoals bijvoorbeeld ozonlaagaantasting, verzuring etc. Daarnaast is het mogelijk om de resultaten te exporteren naar Excel waardoor ze eenvoudig verder verwerkt kunnen worden.
Snelle invoer met de wizard
Om de invoer van gebouwen te vereenvoudigen, is een wizard ontwikkeld. Met deze wizard kan een compleet gebouw in vijf eenvoudige stappen, in enkele minuten worden ingevoerd. Hiermee wordt het maken van een GreenCalc+-berekening in ieder ontwerp financieel haalbaar.

Modules
Hieronder wordt kort ingegaan op de verschillende rekenmodules die in GreenCalc+ zijn opgenomen.
Materialenmodule
In de materialenmodule wordt de milieubelasting als gevolg van materiaalgebruik volgens het TWIN2002-model berekend. Het TWIN2002-model bekijkt de milieubelasting van materialen van wieg tot graf met behulp van levenscyclusanalyse.
In de initiatieffase van een bouwproject zullen nog niet alle bouwmaterialen gekozen zijn, maar kan al wel onderzocht worden wat de invloed is van bijvoorbeeld de materiaalkeuze van de gevel. In de loop van het ontwerpproces kunnen steeds meer materiaalkeuzes worden ingevuld, en kan het model verfijnd worden.
Zo kan bijvoorbeeld inzichtelijk gemaakt worden wat het verschil in milieubelasting is van een traditionele baksteenmetselwerk-gevel met een PS-isolatielaag ten opzichte van een vergelijkbare gevel met glaswol als isolatielaag.
Energie
Met de energiemodule van GreenCalc+ kan in alle fasen van de ontwikkeling van een gebouw, van initiatief tot en met realisatie, informatie over het te verwachten energiegebruik en de milieubelasting gedurende de gebruiksfase van het gebouw worden verkregen. Het model bepaalt tevens de energieprestatie van het gebouw conform NEN 5128 of NEN 2916. Daarnaast is ook het EPA-model in GreenCalc+ opgenomen, zodat voor bestaande gebouwen de Energie-Index berekend kan worden.
Door de opbouw van de schermen kan een ontwerper snel inzicht krijgen in de effecten van betere isolatie en hoogrendementsglas, energiezuinige verlichting en zonnecollectoren. Via de directe koppeling met de module Materialen wordt direct inzichtelijk wat het effect is de keuze voor andere isolatiematerialen en diktes.
Intensiever gebruik van een gebouw en de energetische consequenties van kantoorinnovaties kunnen met het model eveneens worden bestudeerd. In het model kan van vuistregels gebruik worden gemaakt indien in het ontwerpproces nog geen definitieve keuzes en berekeningen zijn gemaakt. Het berekende energiegebruik wordt op basis van LCA's omgerekend naar milieueffecten.
Wanneer van een gebouw al een energieprestatieberekening gemaakt is met NPR 5129 of NPR 2917, dan kunnen de resultaten van deze berekening op eenvoudige wijze in GreenCalc+ geïmporteerd worden.
Water
De GreenCalc+ methodiek voor het bepalen van het waterverbruik van woningen is gebaseerd op de WPN (Water Prestatie Norm) NEN 6922. Deze norm is erop gericht het gebouwgebonden waterverbruik terug te dringen. Uit deze rekenmethode volgt de WPC (WaterPrestatieCoëfficiënt), een verhoudingsgetal van het waterverbruik van een woning en het normverbruik van een woning. In de NEN 6922 wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen drinkwater en "ander" water. In GreenCalc+ is deze methode hierop aangevuld met maatregelen zoals het gebruik van hemelwater en composttoiletten.
De GreenCalc+ methodiek voor het bepalen van het waterverbruik van utiliteitsgebouwen is gebaseerd op de bepalingsmethode van de 'Water Prestatie Normering', die door bureau Opmaat en Boom is ontwikkeld in opdracht van de gemeente Utrecht. Besparingen op het drinkwaterverbruik kunnen plaatsvinden door waterbesparende toiletten, kranen en douches. En tevens door voor de toiletspoeling en de besproeiing van de groenvoorzieningen drinkwater te vervangen door regenwater. Het drinkwaterverbruik wordt op basis van LCA’s omgerekend naar milieueffecten.
Mobiliteit
Het aspect mobiliteit speelt zich binnen GreenCalc+ voor een groot deel af op wijkniveau en wordt bepaald door het stedenbouwkundige plan en door de daadwerkelijke bewoners van die wijk. Bij kantoren ligt dat iets anders. Daar kan de eigenaar en de gebruiker nog enige extra invloed uitoefenen op de mobiliteit, bijvoorbeeld door het aantal parkeerplaatsen en bedrijfsregelingen voor woon-werkverkeer. De rekenmethodiek van de mobiliteitsmodule in GreenCalc+ is gebaseerd op de rekenmethodiek van het bestaande softwareprogramma VPL-KISS. VPL staat voor 'VerkeersPrestatie op Locatie' en is ontwikkeld door Novem. Omdat de VPL-KISS rekenmethodiek alleen geschikt is voor woningen is door DGMR onderzoek gedaan naar een geschikte rekenmethodiek voor utiliteitsbouw. Door DGMR is, op basis van onderzoeken van MuConsult en DHV, een rekenmethodiek ter bepaling van de mobiliteit van utiliteitsgebouwen opgesteld en geïntegreerd met de rekenmethodiek voor woningen.
Het energiegebruik voor mobiliteit wordt op basis van LCA’s omgerekend naar milieueffecten.





