Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over risico’s voor de omgeving als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid stelt grenzen aan en biedt afwegingkaders voor het beperken van de kans op of het effect van een ramp. Het onderwerp speelt op verschillende vlakken:
- veiligheid bij bedrijven
- veilig vervoer van gevaarlijke stoffen
- veiligheid op locatie
- veiligheidsbeleid
Naast het basis veiligheidsniveau (plaatsgebonden risico) bevat de wet- en regelgeving een grote beoordelingsvrijheid. Het afleggen van verantwoording over het bereikte veiligheidsniveau is verplicht (groepsrisico). Centraal in de verantwoordingsplicht staan: de hoogte en verandering van het groepsrisico, de ruimtelijke alternatieven en het overwegen van risicoreducerende maatregelen.
Bij de aanleg van nieuwe transportassen (buis weg, rail) moet externe veiligheid aan de orde komen in het omgevingsbesluit en meestel het MER. Daarnaast komen overheden en ontwikkelaars bij gebiedsontwikkeling veelvuldig in aanraking met externe veiligheid vanwege het transport van gevaarlijke stoffen. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van woningen nabij wegen en spoorwegen. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft DGMR expertise in huis om de risico’s te kwantificeren en te beoordelen. DGMR kan ontwikkelaar en overheid adviseren bij het afwegen van maatregelen die de kans op een ongeval of de omvang van een ramp beperken.
DGMR heeft onder meer ruime ervaring met:
- kwantitatieve risicoanalyse (QRA, met RBMII+ of CAROLA)
- kwalitatieve risicoanalyse (vuistregels, afstandtabellen, etc.)
- afwegen en dimensioneren van maatregelen (alternatieve routes, bronmaatregelen, etc.)
- juridische analyse (circulaire RNVGS, Bevb, Btev, Wro, Wabo, Spoorwegwet, Tracéwet)

- Figuur: voorbeeld PR-contouren langs een vervoersas
